Een mastceltumor, ofwel mastocytoom bij de hond

Een mastceltumor (mastocytoom) is een kwaadaardige tumor van mastcellen in de huid. Een mastceltumor is de meest voorkomende huidtumor bij honden: 16%- 21% van alle huidtumoren zijn mastceltumoren. Een mastceltumor komt voornamelijk voor bij oudere honden en wordt bij sommige rassen vaker gezien: Boxer, Mopshond, Stafford, Labrador retrievers, Golden retrievers, Beagles, Shar Pei, Bosten terriër. Een mastceltumor wordt beoordeeld op zijn kwaadaardigheid. Er bestaan hiervoor verschillende systemen. De meest gebruikte gradering is de Patnaik gradering. Hiebij wordt een mastceltumor ingedeeld in 3 graden: graad I mastceltumor (weinig kwaadaardig) tot graad III mastceltumor (zeer kwaadaardig). Hoe hoger de gradatie, hoe groter de kans op uitzaaien naar de lymfeknopen, lever en milt en het terugkeren van een mastceltumor na chirurgische verwijdering.

Een mastceltumor komt bij sommige rassen, zoals de Sharpei, meer voor als bij andere rassen. Een mastceltumor wordt gezien op de romp, de ledematen en het perineum (omgeving rondom de anus).

Hoe ziet een mastceltumor bij de hond eruit?

Een mastceltumor kan er heel verschillend uitzien. Een mastceltumor kan in de huid of onder de huid zitten en de grootte kan variëren van enkele millimeters tot meerdere centimeters. De grootte van een mastceltumor kan veranderen. De bult kan het ene moment groter zijn dan het andere moment. Een mastceltumor kan goed omschreven zijn, maar ook slecht omschreven zijn, hard aanvoelen of zacht aanvoelen, een kale plek geven of een open wond. Een mastceltumor kan rood van kleur zijn, extra pigment bevatten of de normale kleur van de huid hebben. Een mastceltumor is vaak één tumor, maar er kunnen ook meerdere mastceltumoren tegelijkertijd aanwezig zijn. Mastceltumoren worden het meest gezien op de romp, de ledematen en op het perineum (omgeving rondom de anus). In uitzonderlijke gevallen hebben honden met een mastceltumor ook een maag- darmzweer of een bloedstollingsstoornis. Dit komt doordat mastcellen histamine en/of heparine kunnen afgeven.

Hoe kan de diagnose mastceltumor bij de hond worden gesteld?

Zoals bij alle bulten op de huid, kan er aan de buitenzijde nooit worden vastgesteld of er sprake is van een tumor en om wat voor tumor het gaat. Ook bij een verdenking op een mastceltumor moet er dus verder onderzoek worden uitgevoerd. Een verdachte bult op of in de huid wordt eerst op het uiterlijk beoordeeld. De lokatie, grootte, pijnlijkheid, consistentie (hard/zacht) en verbinding met het onderliggende weefsel zijn hierbij erg belangrijk. Daarnaast wordt er onderzoek uitgevoerd naar de cellen in de bult. Dit kan door middel van een DNAB (Dunne Naald Aspiratie Biopt) of door middel van een weefselbiopt (stukje bult verwijderen). Een DNAB kan meestal worden uitgevoerd bij de wakkere hond. Er worden cellen uit de bult gehaald en deze cellen worden onder de microscoop beoordeeld (door een cytoloog). Voor het nemen van een weefselbiopt, wordt een hond onder narcose gebracht. Chirurgisch wordt een stukje van de bult verwijderd. Het verwijderde stukje weefsel wordt opgestuurd naar een laboratorium en daar kan het stukje weefsel worden beoordeeld (door een patholoog). Een DNAB geeft in een groot aantal gevallen een juiste diagnose, maar een weefselbiopt geeft in alle gevallen een juiste en soms meer uitgebreide diagnose.

Elke bult moet onder de microscoop worden beoordeeld om te kunnen zeggen om wat voor een bult het gaat. Dit geldt ook voor een mastceltumor bij de hond.

De gradering van mastceltumoren bij de hond

Wanneer de diagnose mastceltumor is gesteld, wordt een mastceltumor gegradeerd. Deze gradatie kan alleen maar worden uitgevoerd op een weefselbiopt. Meestal worden de mastceltumoren ingedeeld via het Patnaik systeem. Afhankelijk van de kwaadaardigheid van de mastceltumor spreekt men van een graad I mastceltumor (weinig kwaadaardig), graad II mastceltumor (gemiddeld kwaadaardig) of graad III mastceltumor (zeer kwaadaardig). Hoe hoger de gradatie, hoe groter de kans op uitzaaien van de mastceltumor naar de omliggende lymfeknopen, de milt en de lever. Ook zal een graad II of III mastceltumor sneller terugkomen na volledige verwijdering dan een graad I mastceltumor. Graad I mastceltumoren zaaien in minder dan 10% van de gevallen uit, terwijl graad III mastceltumoren in 55%-96% van de gevallen uitzaaien. Daarnaast kan de mastceltumor op bepaalde kenmerken worden onderzocht:

  • Ki-67: Ki-67 is een van de kenmerken van een mastceltumor die de groeisnelheid van de tumor aangeeft. De groeisnelheid zegt natuurlijk iets over de kwaadaardigheid van de tumor. Een andere kenmerk van een mastceltumor die de groeisnelheid aangeeft is: AgNOR.
  • c-kit receptor: een mastceltumor met een mutatie in de c-kit receptor heeft een kans om te reageren op een behandeling met medicatie (toceranib, masitinib). Deze medicatie wordt echter alleen ingezet wanneer (volledige) chirurgische verwijdering van de mastceltumor graad II of III niet mogelijk is en een c-kit mutatie is aangetoond. Ongeveer 25-30% van de mastceltumoren graad II en III hebben een c-kit mutatie.

Wat is de behandeling van een mastceltumor bij de hond?

De belangrijkste behandeling van een mastceltumor is ruime chirurgische verwijdering (marges van minimaal 3 cm)! Bovendien is het aan te raden om de omliggende lymfeknopen te onderzoeken op mogelijke uitzaaiingen. Het ruim verwijderen van een mastceltumor is niet op iedere lokatie even makkelijk, bijvoorbeeld bij een mastceltumor op bijvoorbeeld de kop of poot. Hiervoor moeten soms zeer moeilijke chirurgische technieken worden toegepast. Daarom is het erg belangrijk om eerst een juiste diagnose te stellen voordat een bult wordt verwijderd. Ruim en volledige verwijdering van een mastceltumor is meestal genezend voor een mastceltumor graad I of graad II. Routine matige controles (elke 3 maanden) van de geopereerde lokatie en omliggende lymfeknopen is echter te adviseren. Wanneer ruime en volledige verwijdering niet mogelijk is of de tumor snel terugkeert, dan kan een mastceltumor worden behandeld met bestraling, medicatie (toceranib, masitinib, prednison) of chemotherapie. Bestraling is na chirurgische verwijdering de beste behandeling voor een mastceltumor. Bestraling is echter kostbaar en kan slechts op enkele lokaties worden uitgevoerd. De medicijnen toceranib en masitinib zijn helaas maar bij een deel van de mastceltumoren werkzaam. Bovendien zijn de bijwerkingen in sommige gevallen heftig, is regelmatige controle bij de dierenarts vereist en zijn deze medicijnen prijzig. Behandeling met prednison is goedkoop, maar is palliatief. Dit betekent dat een behandeling met prednison niet genezend werkt, maar wel voor verlichting van de klachten zorgt. Chemotherapie (vinblastine) is een laatste mogelijkheid. Chemotherapie geeft in ongeveer 50% van de mastceltumoren verbetering, maar kan niet bij alle praktijken worden toegediend en kent ook bijwerkingen.

 

Heeft u nog vragen na het lezen van deze pagina, of wilt een een afspraak bij ons inplannen? Neem dan gerust contact met ons op, wij helpen u graag!