Melkkliertumoren, ofwel mammatumoren bij de hond

Melkkliertumoren, ofwel mammatumoren, zijn tumoren uitgaande van de melkklieren (de borsten of mammae). Melkkliertumoren zijn een veel voorkomende tumor bij vrouwelijke honden vanaf ongeveer 10 jaar oud. Voornamelijke intacte (niet gesteriliseerde) en op latere leeftijd gesteriliseerde teven zijn gevoelig voor het ontwikkelen van melkkliertumoren. Melkkliertumoren komen zelden voor bij jonge honden (jonger dan 4 jaar) en mannelijke honden. De, zelden voorkomende, melkkliertumoren bij mannelijke honden, zijn bijna altijd goedaardige zwellingen van de melkklieren. Ook bij vrouwelijke honden kunnen goedaardige zwellingen van de melkklieren voorkomen. Bij vrouwelijke honden is ongeveer de helft van de melkkliertumoren goedaardig. Helaas is de andere helft van de melkkliertumoren kwaadaardig. Kwaadaardige melkkliertumoren kunnen uitzaaien naar de lymfeknopen en daarna naar de longen (60%-80%) en longvliezen (10%-40%). Soms zaait een melkkliertumor uit naar de lever (10%-20%), de nieren (10%-20%), het hart (10%-15%) of naar het bot (< 10%).

Melkkliertumoren komen voornamelijk voor bij intacte, of op latere leeftijd gesteriliseerde, teven vanaf 10 jaar.

Heeft sterilisatie invloed op het ontwikkelen van melkkliertumoren bij de hond?

Het op jonge leeftijd steriliseren van een teef heeft grote invloed op de ontwikkeling van melkkliertumoren op latere leeftijd. Sterilisatie voor de eerste loopsheid verkleind de kans op het ontwikkelen van melkkliertumoren aanzienlijk. Bij een teef die voor de eerste loopsheid is gesteriliseerd, is de kans op de ontwikkeling van melkkliertumoren net zo klein als bij een reu. Naarmate er meer jaren (loopsheden) verstrijken, wordt de invloed van sterilisatie op de ontwikkeling van melkkliertumoren, minder groot. Vanaf 2,5 jaar leeftijd, heeft steriliseren geen invloed meer op de ontwikkeling van kwaadaardige melkkliertumoren op latere leeftijd. De ontwikkeling van goedaardige melkkliertumoren wordt met sterilisatie nog wel geremd en is zinvol tot ongeveer 7 jaar leeftijd.

Uit recent onderzoek is gebleken dat er ook een aantal factoren de kans op de ontwikkeling van melkkliertumoren vergroot. Zo hebben honden op een dieet met veel rood vlees en honden die op jonge leeftijd al overgewicht hebben een vergrote kans op de ontwikkeling van melkkliertumoren.

Waaraan kan ik melkkliertumoren bij de hond herkennen?

Melkkliertumoren zijn te herkennen als bulten onder de huid in de regio van de melkklieren (het gebied onder de buik waar de tepels zitten). Ze kunnen direct onder een tepel zitten, maar kunnen ook rondom een tepel zitten. Soms is er sprake van een bult, maar er kunnen ook meerdere bulten of trosjes bulten voelbaar zijn. Soms zitten de bulten bij een melkklier (1 tepel), maar de bulten kunnen ook in meerdere melkklieren aanwezig zijn.  De bulten wisselen van grootte en kunnen zeer klein (vanaf 0,1 cm) tot zeer groot (soms meer dan 10 cm) in doorsnede zijn. Soms zijn de bulten vergroeid met de onderliggende buikwand of met de huid, maar dit is niet altijd het geval. Ook kan je in enkele gevallen afwijkende vloeistof uit de tepels masseren. Wanneer de melkkliertumor is uitgezaaid, dan kunnen de omliggende lymfeknopen (axillaire lymfeknoop en inguinale lymfeknoop) vergroot zijn. Meestal hebben honden bij beginnende melkkliertumoren geen klachten, er zijn slechts bulten in de melkklieren voelbaar. Als de melkkliertumoren al lange tijd aanwezig zijn, dan kan een hond hierdoor gewicht verliezen. Bij uitzaaiingen naar de longen kan een hond benauwd worden.

Een hond heeft 10 melkklieren, 5 melkklieren aan elke zijde. De melkklieren hebben een nummer: mamma 1 t/m mamma 5. Aan beide zijde ligt in de lies de inguinale lynfeknoop, in de oksel ligt aan beide zijde de axillaire lymfeknoop.

Hoe wordt de diagnose melkkliertumor bij de hond gesteld?

Wanneer een hond een bult in een melkklier heeft, dan kunnen we vanaf de buitenkant niet voorspellen of het om een goed- of kwaadaardige melkkliertumor gaat. Zoals bij heel veel bulten wel het geval is, kan je helaas door middel van een DNAB (Dunne Naald Aspiratie Biopt) bij melkkliertumoren geen onderscheid maken tussen goedaardige melkkliertumoren en kwaadaardige melkkliertumoren. Wel kan er met een DNAB, bij twijfel over de aanwezigheid van een melkkliertumor, onderscheid worden gemaakt tussen een melkkliertumor (goed- of kwaadaardig) en een andere oorzaak/tumor. De diagnose goedaardige of kwaadaardige melkkliertumor kan alleen maar gemaakt worden door middel van een weefselbiopt, waarbij de bult chirurgisch volledig wordt verwijderd. Voordat een melkkliertumor chirurgisch wordt verwijderd, kan er een röntgenfoto van de longen worden gemaakt en kunnen de omliggende lymfeknopen worden gevoeld. Wanneer er al uitzaaiingen (metastasen) in de longen zichtbaar zijn (uitzaaiingen zijn op een röntgenfoto pas zichtbaar vanaf 0,5 cm doorsnede) of de lymfeknopen sterk zijn vergroot, is er sprake van kwaadaardige melkkliertumoren. Met behulp van een CT-scan kan een beter beeld worden gevormd van mogelijk aanwezige uitzaaiingen in de longen.

Hoe wordt een melkkliertumor bij de hond behandeld?

Een melkkliertumor kan alleen maar behandeld worden door het chirurgisch verwijderen van de tumor, eventueel in combinatie met het verwijderen van de omliggende lymfeknopen. Wanneer de melkkliertumor al is uitgezaaid naar de longen, dan heeft chirurgische verwijdering van de tumor helaas geen effect meer. Er worden nog steeds veel verschillende technieken toegepast:

  • Nodulectomie – het verwijderen van de bult, eventueel in combinatie met omliggend weefsel.
  • Simpele mastectomie – het verwijderen van 2 of 3 volledige melkklieren.
  • Radicale mastectomie – het verwijderen van alle melkklieren.

Uit onderzoek is gebleken dat het (ruim) verwijderen van alleen de bult (nodulectomie) of het uitvoeren van een radicale mastectomie geen verschil maakt in de overlevingstijd van de hond. Een hond met een kwaadaardige melkkliertumor, waarbij alle melkklieren in een behandeling worden verwijderd, leeft dus niet langer dan een hond waarbij alleen de bult (of bulten) wordt verwijderd. Het kan echter wel voorkomen dat, bij de hond waarbij alleen de bult is verwijderd, er in de toekomst opnieuw bulten ontstaan, welke opnieuw moeten worden verwijderd. Toch heeft het, eventueel meerdere keren, uitvoeren van een nodulectomie de voorkeur boven een radicale mastectomie. Een radicale mastectomie is namelijk een zeer ingrijpende en zeer pijnlijke ingreep voor de hond. Welke chirurgische ingreep wordt toegepast zal per hond verschillen en is afhankelijk van de leeftijd van de hond, de grootte van de hond, het aantal aanwezige melkkliertumoren en de grootte van de melkkliertumoren. Ook het chirurgisch verwijderen van de omliggende lymfeknopen zal per patiënt verschillen. In het verleden werden honden met melkkliertumoren meteen gesteriliseerd. Helaas blijkt sterilisatie op latere leeftijd geen effect, op de ontwikkeling van nieuwe kwaadaardige melkkliertumoren of het verspreiden van metastasen, te hebben. Sterilisatie beschermt tot een leeftijd van 7-8 jaar wel tegen de ontwikkeling van nieuwe goedaardige melkkliertumoren. In zeer uitzonderlijke gevallen (<5%) heeft de melkkliertumor receptoren voor oestrogenen (hormoon geproduceerd door de eierstokken), alleen in deze gevallen heeft sterilisatie effect op de ontwikkeling van nieuwe melkkliertumoren en uitzaaiingen. Helaas is er nog geen bewijs gevonden dat chemotherapie kan bijdragen aan de behandeling van melkkliertumoren bij de hond.

De prognose van melkkliertumoren bij de hond

De prognose bij melkkliertumoren is afhankelijk van een aantal factoren:

  • De grootte van de tumor. Bij teven is de grootte van de tumor belangrijk. Een melkkliertumor met een doorsnede van minder dan 3 cm heeft de beste prognose. Bij volledige chirurgische verwijdering komt bij gemiddeld 35% van de honden na 2 jaar een melkkliertumor terug. Dit in tegenstelling tot melkkliertumoren die groter zijn dan 3 cm in doorsnede, hier komt bij gemiddeld 80% van de honden na 2 jaar een melkkliertumor terug.
  • Het type tumor (histologie). Een goedaardige tumor is natuurlijk veel gunstiger dan een kwaadaardige tumor. Toch bestaat er meer variatie dan alleen goedaardig en kwaadaardig. Goedaardige tumoren kunnen atypische cellen vertonen. Wanneer deze atypische cellen aanwezig zijn, in de verwijderde tumor, hebben de honden een negen keer zo grote kans op de ontwikkeling van kwaadaardige tumoren in de toekomst. Wanneer een goedaardige tumor uit normale cellen bestaat, dan is er geen vergrote kans op de ontwikkeling van kwaadaardige tumoren in de toekomst. Kwaadaardige melkkliertumoren zijn bijna altijd adenocarcinomen (tumor uitgaande van klierweefsel), maar bij de hond kunnen er ook sarcomen (tumor uitgaande van bindweefsel), carcinosarcomen (combinatie van carcinoom (tumor uitgaande van epitheel) en sarcoom) en ontstoken carcinomen (mastitis carcinomatosis) voorkomen.
  • De ingroei en verspreiding van de melkkliertumor. Wanneer de tumorcellen zich binnen het klierweefsel bevinden, dan is de prognose meer gunstig dan wanneer de tumorcellen zich ook al in de lymfevaten of de bloedvaten bevinden. Zijn er al tumorcellen in de omliggende lymfeknopen aanwezig dan wordt de ziekte-vrije periode aanzienlijk verkort.

Heeft u nog vragen na het lezen van deze pagina, of wil u naar aanleiding van deze pagina graag een afspraak bij ons maken, neem dan gerust contact met ons op, wij helpen u graag!