Leishmania bij de hond

Leishmania, of eigenlijk Canine leishmaniosis, is een ziekte die wordt veroorzaakt door de parasiet Leishmania infantum.  De leishmania parasiet komt voor in meer dan 70 landen in de wereld: Afrika, Azië, Zuid en Centraal Amerika, de Verenigde Staten en zuid Europa. Omdat honden steeds vaker mee op reis gaan naar zuid Europa en ook omdat er steeds meer adoptie honden vanuit zuid Europa naar Nederland komen, is het een belangrijke ziekte in Nederland geworden. Omdat de leishmania parasiet alleen wordt overgebracht door een bepaald type zandvliegen (muggen) en deze zandvlieg niet voorkomt in Nederland, is het onmogelijk dat uw hond in Nederland met de leishmania parasiet besmet raakt. De ziekte wordt in Nederland dus alleen gezien bij honden die in zuid Europa of andere warme landen zijn geweest (geboren of door een vakantie). Het ziektebeeld van Canine leishmaniosis is erg breed. Sommige honden worden niet ziek, terwijl andere honden ernstig ziek kunnen worden en zelfs aan de gevolgen van Canine leishmaniosis kunnen overlijden. Een infectie met de leishmania parasiet kan niet genezen worden, met medicatie is de infectie wel goed onder controle te houden. Het voorkomen van een infectie met de leishmania parasiet is dus erg belangrijk.

Canine leishmaniosis wordt veroorzaakt door de parasiet Leishmania infantum. De leishmania parasiet wordt overgedragen door zandvliegen. De zandvliegen komen alleen maar voor in warme streken, zoals het middellandse zeegebied. Honden die mee gaan op vakantie naar een warm land, lopen het risico besmet te raken met de leishmania parasiet.

Hoe raakt mijn hond besmet met Leishmania?

De leishmania parasiet leeft in twee gastheren: de zandvlieg (geleedpotigen) en een zoogdier (hond maar ook de mens kan besmet raken). Zandvliegen zijn de enige geleedpotigen die in staat zijn om de leishmania parasiet over te brengen. Slechts een klein deel van alle zandvliegen draagt de Leishmania parasiet bij zich (0,5%-3%), maar dit is voldoende om de leishmania infectie in honden (Canine leishmaniosis) in bepaalde gebieden in stand te houden. De zandvlieg die de leishmania parasiet overbrengt komt alleen voor in warme klimaten, zoals bijvoorbeeld zuid Europa (middellandse zeegebied), hierdoor kan een hond in Nederland niet besmet raken met de leishmania parasiet. Een hond die op vakantie gaat naar zuid Europa of geadopteerd is uit een warm land, kan echter wel besmet worden of zijn met de leishmania parasiet. Wanneer een met de leishmania parasiet besmette zandvlieg een gezonde hond prikt, zal de parasiet het lichaam van de hond binnentreden. De leishmania parasiet gaat in de macrofagen (type afweercellen) van de hond zitten en kan zich vermenigvuldigen. Wanneer de met leishmania besmette hond wordt geprikt door een gezonde zandvlieg, zal de parasiet het lichaam van de zandvlieg binnengaan. Deze nu besmette zandvlieg kan andere gezonde honden besmetten met de leishmania parasiet.

Een met de leishmania besmette zandvlieg prikt een gezonde hond. Hierdoor raakt de gezonde hond besmet met de leishmania parasiet. De met de leishmania parasiet besmette hond kan op zijn beurt een gezonde zandvlieg besmetten met de leishmania parasiet.

Wat zijn de verschijnselen van een infectie met leishmania bij de hond?

Een hond die met de leishmania parasiet besmet is, hoeft niet ziek te zijn of worden. Een hond kan slechts drager zijn van de parasiet. De leishmania parasiet kan echter ook voor een milde tot zeer ernstige infectie zorgen, we spreken dan van Canine Leishmaniosis. De tijd tussen besmetting met de parasiet en het ontwikkelen van Canine Leishmaniosis kan een maand tot enkele jaren duren. Een hond kan helaas, jaren na een vakantie in zuid Frankrijk, Canine leishmaniosis ontwikkelen. De leishmania parasiet kan helaas alle organen en weefsels aantasten, de verschijnselen van Canine leishmaniosis zijn dus erg aspecifiek. De meest voorkomende verschijnselen zijn:

  • Huidproblemen, voornamelijk aan de kop (oorranden), maar kunnen over het gehele lichaam optreden.
  • Nierziekten, van een milde proteinurie tot ernstig nierfalen. Chronisch nierfalen is de meest voorkomende oorzaak van sterfte Canine leishmaniosis.
  • Algemene ziekteverschijnselen: lusteloos, gewichtsverlies, koorts, verminderde eetlust , bloederige ontlasting/diarree, braken, bleke slijmvliezen.
  • Oogproblemen: ontsteking van de oogleden en oogslijmvliezen, ontsteking van de iris, ontsteking van het hoornvlies.
  • Overig: verdikte lymfeklieren, bloedneuzen, kreupelheid.

Naast bovengenoemde symptomen kunnen bij Canine leishmaniosis de volgende afwijkingen in het laboratorium onderzoek worden vastgesteld:

  • Er zitten teveel eiwitten in de urine (milde tot ernstige proteinurie).
  • Het ureum in het bloed is verhoogd (renale azotemie).
  • De leverenzymen in het bloed zijn verhoogd.
  • De globuline eiwitten in het bloed zijn verhoogd (hyperglobulinemie: polyclonale beta- en/of gammaglobulinemie).
  • Albumine eiwitten in het bloed zijn verlaagd (hypoalbuminemie).
  • Het aantal rode bloedcellen is verlaagd, bloedarmoede (milde tot gemiddelde non-regeneratieve anemie).
  • Het aantal witte bloedcellen is verlaagd (leukopenie) of verhoogd (leukocytose).
  • Het aantal bloedplaatjes in het bloed is verlaagd (thrombocytopenie).

Hoe wordt een infectie met leishmania bij honden vastgesteld?

De reden van het vaststellen van een infectie met de leishmania parasiet kan verschillen:
  • Het vaststellen van de ziekte Canine Leishmaniosis bij zieke dieren. Dit is de meest voorkomende reden om in Nederland een infectie met Leishmania te diagnostiseren.
  • Het screenen van klinisch gezonde honden in of uit gebieden waar besmetting met de leishmania parasiet voorkomt.

Het vaststellen van de ziekte Canine leishmaniosis bij zieke honden.

Het vaststellen van Canine leishmaniosis is complex, omdat de verschijnselen en afwijkingen in het bloed- en urine onderzoek van Canine leishmaniosis aspecifiek zijn. Bovendien kunnen honden met Canine leishmaniosis ook een infectieuze of niet-infectieuze co-infectie hebben. Het is daarom belangrijk om voor iedere patiënt een individuele aanpak te maken.

  • Serologie – het aantonen van specifieke antilichamen in het bloed.
    Wanneer een hond bovengenoemde klinische verschijnselen en afwijkingen in het bloed en urine onderzoek vertoont, kan de ziekte Canine Leishmaniosis worden bevestigd door het vaststellen van specifieke antilichamen in het bloed (serologie met behulp van een ELISA). De aanwezigheid van een groot aantal antilichamen (hoge of positieve titer) in combinatie met bovengenoemde klinische verschijnselen en afwijkingen in het bloed en urine onderzoek, bevestigen de ziekte Canine Leishmaniosis. We spreken van een hoge titer bij een 3- 4-voudige verhoging boven het ‘cutt-off’ niveau. De aanwezigheid van een klein aantal antilichamen (lage of negatieve titer) is echter niet bevestigend voor de ziekte Canine Leishmaniosis en verder onderzoek is benodigd om de ziekte Canine leishmaniosis vast te stellen of uit te sluiten. In dit geval kunnen na een aantal weken de antilichamen opnieuw worden bepaald. Wanneer het aantal antilichamen sterk is gestegen (titer stijging) is dit een bevestiging voor het doormaken van een Canine leishmaniosis infectie. Wanneer het aantal antilichamen niet stijgt, dan is de ziekte Canine leishmaniosis waarschijnlijk niet de oorzaak van de klinische verschijnselen en afwijkingen in het bloed en urine onderzoek.
  • PCR – het aantonen van de leishmania parasiet in weefsel.
    Het aantonen van de leishmania parasiet in weefsel geeft zekerheid over de aanwezigheid van de leishmania parasiet. Een hond kan echter de leishmania parasiet bij zich dragen, zonder daar ziek van te zijn. Het aantonen van de leishmania parasiet in weefsel is dus geen bewijs voor het doormaken van een leishmania infectie (Canine leishmaniosis) en verklaring voor de klinische verschijnselen en afwijkingen in het bloed en urine onderzoek. Het aantonen van de leishmania parasiet in weefsel moet dus altijd gecombineerd worden met het aantonen van een grote hoeveelheid antilichamen (serologie) om de ziekte Canine leishmaniosis te bevestigen. De test om de leishmania parasiet aan te tonen (PCR test) is erg gevoelig, maar de gevoeligheid is afhankelijk van het soort weefsel. Met name de PCR-test uitgevoerd op beenmerg, lymfeknopen, milt of huid waar veel, met de leishmania geïnfecteerde, macrofagen voorkomen zijn erg gevoelig. Dit in tegenstelling tot de PCR-test op bloed of op urine.

Het screenen van klinisch gezonde honden in of uit gebieden waar besmetting met de leishmania parasiet voorkomt.

In Nederland worden steeds meer honden geadopteerd uit gebieden waar de leishmania parasiet voorkomt. Ook nemen steeds meer mensen hun hond mee op vakantie naar deze gebieden. De meeste adoptie honden uit deze gebieden worden onderzocht op Leishmania door middel van serologie, waarbij het aantal antilichamen wordt vastgesteld. Let op: een negatieve test (afwezigheid van antilichamen) betekent dat de hond op dat moment geen leishmania infectie (Canine leishmaniosis) doormaakt. De hond kan de leishmania parasiet echter wel bij zich dragen en jaren later alsnog Canine Leishmaniosis ontwikkelen.

  • Serologie – het aantonen van specifieke antilichamen in het bloed.
    Een gezonde hond kan worden getest op specifieke leishmania antilichamen in het bloed. De test moet drie maanden na de start van blootstelling aan de met leishmania besmette omgeving worden getest.

    • Gezonde hond met een negatieve titer – afwezigheid van antilichamen in het bloed.
      De hond maakt op dit moment geen infectie door met de leishmania parasiet er is dus geen sprake van Canine leishmaniosis. De hond kan echter wel drager zijn van de parasiet en tot enkele jaren na blootstelling aan de besmette omgeving alsnog Canine Leishmaniosis ontwikkelen. Het wordt aanbevolen de hond elke 6-12 maanden opnieuw te testen voor het vroegtijdig vaststellen van een infectie en het voorkomen van ziekteverschijnselen.
    • Gezonde hond met een positieve titer – aanwezigheid van antilichamen in het bloed.
      Het verdiend aanbeveling om de hond te monitoren door de titer een aantal malen met tussenpozen van 3 – 4 maanden te herhalen. Wanneer de titer in de tijd stijgt (het aantal antilichamen neemt toe), dan kan dit gezien worden als een infectie met de leishmania parasiet en is behandeling van Canine leishmaniosis noodzakelijk. Daarnaast is het natuurlijk belangrijk te letten op verschijnselen van Canine leishmaniosis en de passende afwijkingen in het bloed en urine onderzoek.
  • PCR – het aantonen van de leishmania parasiet in weefsel.
    De aanwezigheid van de leishmania parasiet in het bloed of in weefsel bij klinisch gezonde honden, geeft aan dat de hond de leishmania parasiet bij zich draagt. Drager zijn van de leishmania parasiet, betekent niet dat de hond Canine leishmaniosis ontwikkelt. In een aantal gevallen is de aanwezigheid van de leishmania parasiet zelflimiterend (de parasiet gaat vanzelf weg). Honden die dragen zijn van de parasiet hoeven niet behandeld te worden. Bij klinisch gezonde honden, waarbij de leishmania parasiet door middel van PCR is vastgesteld in bloed of weefsel is het aan te bevelen ook het aantal antilichamen te bepalen (serologie).

Hoe worden honden met een Leishmania infectie behandeld? 

De aanwezigheid van de leishmania parasiet in het lichaam van de hond kan niet worden behandeld. Vanaf het moment dat de leishmania parasiet een infectie veroorzaakt (we spreken dan van Canine Leishmaniosis) is behandelen noodzakelijk. De behandeling is afhankelijk van de klinische verschijnselen, de afwijkingen in het bloed en urine onderzoek en de hoeveelheid specifieke leishmania antilichamen in het bloed. In Nederland wordt er gebruikt gemaakt van de geneesmiddelen: allopurinol, meglumine antimoniate en miltefosine.

De therapie van Canine leishmaniosis is afhankelijk van de klinische verschijnselen, afwijkingen in het bloed en urine onderzoek en serologie.

Behandeling van Canine leishmaniosis bij normale nierwaarden

De eerste keus behandeling voor honden met Canine Leishmaniosis is een behandeling met Allopurinol (7 mg/kg, 3x daags, gedurende minimaal een half jaar). Controle onderzoek is raadzaam na zes weken behandelen voor evaluatie van de klinische verschijnselen en de veranderingen in bloed en urine onderzoek. De verwachting is dat de klinische verschijnselen op zijn minst sterk verbeterd, maar in de meeste gevallen vrijwel verdwenen zijn. De afwijkingen in het bloed onderzoek herstellen in deze periode tot binnen de normaal waarden. Wanneer dit niet zo is, of er is zelfs sprake van verslechtering, dan is verandering van de therapie raadzaam. De therapie kan worden uitgebreid met miltefosine (2 mg/kg/dag gedurende 28 dagen) of meglumine antimoniate (onderhuidse injecties van 100 mg/kg, 1x daags gedurende 3 weken). De therapeutische werking van miltefosine houdt langer aan dan de voorgeschreven 28 dagen. De klinische verschijnselen en bloedwaarden kunnen na de voorgeschreven 28 dagen nog verder verbeteren.

Behandeling van Canine leishmaniosis bij afwijkende nierwaarden

Allopurinol kan leiden tot de vorming van kristallen in de urine (xanthine kristallen). Bij honden waarbij de nierfunctie is verminderd (creatinine in het bloed gestegen) kan allopurinol het beste in een aangepaste dosering worden gegeven. Geadviseerd wordt de dosis te verminderen naar maximaal 3x daags 5 mg/kg. Meglumine antimoniate is slecht voor de nieren (nefrotoxisch) en wordt bij voorkeur niet gebruikt in een hond waar reeds aanwijzingen zijn voor verminderde nierfunctie. Miltefosine (2 mg/kg/dag gedurende 28 dagen) is in de aanbevolen dosering niet slecht voor de nieren en vormt voor deze patiëntengroep een alternatief geneesmiddel, welke naast allopurinol kan worden ingezet. De therapeutische werking van miltefosine houdt langer aan dan de voorgeschreven 28 dagen. De klinische verschijnselen en bloedwaarden kunnen na de voorgeschreven 28 dagen nog verder verbeteren.

Het monitoren van de behandeling van Canine leishmaniosis

Vanaf het moment dat Canine leishmaniosis is vastgesteld, is het van belang de patiënt levenslang te monitoren. Controle onderzoeken met een tussentijd van een half jaar tot maximaal een jaar zijn aan te raden. Wanneer er sprake is van ernstige klinische verschijnselen, is het aan te raden deze controles nog vaker uit te voeren. Tijdens een controle onderzoek moeten in ieder geval het lichamelijk onderzoek en het bloed en urine onderzoek worden herhaald. Bovendien is het erg belangrijk een inschatting van het aantal leishmania specifieke antilichamen te maken (door middel van serologie of het bepalen van de gamma-globulines).

Het stoppen van de behandeling tegen Canine Leishmaniosis

Tijdens het half jaarlijkse controle onderzoek worden de klinische verschijnselen en de afwijkingen in bloed en urine onderzoek herhaald. Wanneer de klinische verschijnselen zijn verdwenen en geen afwijkingen meer aanwezig zijn in het bloedonderzoek voor wat betreft de rode en witte bloedcellen en de gamma-globulines kan de behandeling worden gestopt. De verhoogde creatinine in het bloed, de verlaagde albumine eiwitten in het bloed en de eiwit uitscheiding in de urine (UPC) zijn in het algemeen blijvend en zullen dus niet herstellen met de behandeling. Halfjaarlijks controle onderzoek blijft noodzakelijk om het terugkeren van Canine Leishmaniosis op tijd vast te stellen. Een andere reden om te stoppen met de allopurinol therapie is het ontstaan van grote hoeveelheden xanthine kristallen in de urine. In eerste instantie kan de vorming van de xanthine kristallen worden tegengegaan met een speciaal dieet (low purine dieet) of met het verlagen van de dosering van allopurinol. Wanneer dit echter geen effect is en de kans op het ontwikkelen van blaasstenen toeneemt, kan ervoor gekozen worden te stoppen met allopurinol.

Het voorkomen van een infectie met leishmania bij de hond

Preventie is de beste bescherming. Een besmetting met de leishmania parasiet wordt veroorzaakt door een steek van een zandvlieg. Het bestrijden van zandvliegen is dan ook erg belangrijk. Dit kan door middel van pipetten (werkzame stof: permethrine of imidaclopride) en een halsband (werkzame stof: deltamethrine). De pipetten werken 3 weken tegen zandvliegen en dienen dan ook elke 3 weken te worden herhaald. Toedienen moet zeker 2 dagen voor vertrek gebeuren. De halsband werkt 5 tot 6 maanden en moet zeker 2 weken voor vertrek worden omgedaan. Daarnaast kan je de hond beschermen tegen zandvliegen met behulp van een klamboe en het binnenhouden van de hond in de avonduren. Naast zandvlieg bestrijding kan je een hond tegenwoordig ook vaccineren tegen Canine leishmaniosis. Een vaccinatie verkleint de kans dat de hond Canine leishmaniosis ontwikkelt, dus het ontstaan van een infectie na besmetting met een leishmania parasiet. Het vaccin kan vanaf een leeftijd van 6 maanden worden gegeven en is alleen geschikt voor honden die een negatieve leishmania titer hebben (geen antilichamen in het bloed). De eerste vaccinatie dient, na drie weken, te worden opgevolgd door een tweede en, opnieuw na drie weken, een derde vaccinatie. Vier weken na de laatste vaccinatie is de hond beschermd en kan de bescherming elk jaar met één injectie worden verlengd. Voor maximale bescherming dient ook de vaccinatie te worden gecombineerd met zandvliegbestrijding.

Door middel van vaccineren verklein je de kans dat een hond Canine leishmaniosis ontwikkelt. De eerste vaccinatie bestaat uit 3 injecties, welke met een tussentijd van 3 weken geven worden.

 

Hebt u nog vragen na het lezen van deze pagina of wilt u uw hond beschermen tegen de leishmania parasiet voor een komende vakantie, neem dan gerust contact met ons op. Wij helpen u graag!