Longworm bij de hond

Wat is dat precies, een longworm infectie bij de hond?

Longwormen (Angiostrongylus Vasorum en Crenosoma Vulpis) zijn wormen die bij de hond leven in de rechter hartkamer en de bloedvaten naar de longen (de longslagaderen). Ze leven dus niet, zoals de naam doet vermoeden, in de longen maar in de bloedvaten. De eitjes van de volwassen wormen komen wel in de longen terecht en worden a ophoesten uitgescheiden via de darmen.

Waar komt de longworm voor?

De longworm komt in grote delen van Europa, zoals Engeland, Frankrijk maar ook in Nederland voor. Dit is bij heel veel mensen, en dierenartsen onbekend. Symptomen die kunnen wijzen op een longworm infectie bij honden worden hierdoor vaak gemist.

Hoe raakt een hond besmet met longwormen?

Honden raken besmet door het eten van slakken besmet met larfjes van de longworm. Mogelijk kunnen honden ook besmet raken door het slijm van slakken en door het eten van andere dieren die een besmette slak hebben opgegeten (een kikker bijvoorbeeld).

Longworm bij de hond: Slakken zijn de infectiebron.

Honden raken besmet met longwormen na het eten van een slak.

Hoe is de cyclus van een longworm?

Volwassen longwormen leven in de rechter kamer en longslagaderen van de hond. Deze wormen leggen eitjes die via de bloedbaan terecht komen in de longen. Uit deze eitjes komen de eerste stadia larven (de L1 larve). Deze larfjes banen zich een weg naar de longblaasjes (en veroorzaken daarbij longschade) waarna ze opgehoest worden door de hond en weer ingeslikt worden. Ze komen hierna met de ontlasting mee naar buiten. Deze L1 larfjes worden (waarschijnlijk) opgegeten door slakken, waarna de larfjes zich ontwikkelen naar een L2 en L3 larve. Deze larven zijn besmettelijk voor honden. Honden raken zoals eerder gezegd besmet door het eten van een slak, slakkenslijm of eventueel andere dieren die een slak gegeten hebben met deze larfjes.
Na opname van de L3 larve baant deze zich een weg door de darmwand naar lokale lymfeknopen waarna ze zich verder ontwikkelen tot een L4 en daarna een L5 larve. Via de lever bloedvaten komen de L5 larven uiteindelijk in het rechter hart en longslagaderen terecht waarna ze volwassen worden en de cyclus weer overnieuw kan beginnen.

Longworm bij de hond

De cyclus van de longworm bij de hond (met dank aan Bayer).

Welke symptomen krijgen honden besmet met longwormen?

  • Ademhalingsproblemen. Honden besmet met longwormen kunnen gaan hoesten, een versnelde en moeilijke ademhaling krijgen en een longontsteking ontwikkelen.
  • Stollingsproblemen. Hierdoor kan de hond bloedingen op verschillende plekken krijgen zoals onderhuids, de neus, de hersenen, de buikholte of darmen.
  • Hersenproblemen. Deze worden meestal veroorzaakt door hersenbloedingen. Zeldzaam kan een larve van de longworm na de trektocht in de hersenen terecht komen.
  • Zwaktes (syncope). Deze kan ontstaan door de aanwezigheid van de wormen in de longslagaderen (pulmonaire hypertensie).
  • Andere symptomen zoals een hoog calciumgehalte in het bloed (hypercalcemie) en acute dood.

Hoe weten we of een hond besmet is met longwormen?

Via ontlastingsonderzoek is longworm goed aan te tonen. Het is echter belangrijk te beseffen dat een standaard ontlastingsonderzoek met flotatie de diagnose niet zal stellen. Er moet een speciale test gedaan worden (de Baermann test) om longworm te kunnen aantonen.

Hoe behandel je honden besmet met longwormen?

Er zijn verschillende behandel opties. De meest gebruikte is fenbendazole (Panacur, 50 mg/kg per dag gedurende 7-21 dagen). Een alternatief is Milbemycine (Milbemax, 0,5 mg/kg 1x per week gedurende 4 weken).
Er bestaat een klein risico dat de hond een allergische reactie ontwikkelt als de wormen afsterven. Daarom is het advies de behandeling met wormdodende middelen te combineren met glucocorticosteroiden (bijvoorbeeld prednison).