De Vossenlintworm

Algemeen

De vossenlintworm (Echinococcus Multilocularis) is gevaarlijk voor mensen. Veel mensen weten wel dat ze geen ongewassen bramen uit de duinen of het bos moeten eten, maar weten niet dat hun hond en ook de kat deze lintworm kunnen overdragen.

Hoe worden mensen besmet met de vossenlintworm?

Mensen kunnen zich besmetten en ziek worden van de vossenlintworm als ze per ongeluk eitjes via een besmette vos, hond of kat binnenkrijgen. De kans daarop is aanwezig in die gebieden waar besmette vossen voorkomen. Dat is in ons land in de grensprovincies en dan met name in Oost-Groningen en Zuid-Limburg.
U kunt bijvoorbeeld eitjes binnenkrijgen na het aanraken van dode vossen of vossenontlasting of door het aaien van de besmette vacht van met name de hond. U loopt ook kans op besmetting als u bosvruchten zoals bramen of paddenstoelen plukt en opeet, maar ook door het opeten van groenten uit uw moestuin als vossen daar toegang toe hebben.

Wat gebeurt er na een besmetting met de vossenlintworm?

Eitjes van de vossenlintworm zijn vrijwel direct na uitscheiding door vos, hond of kat infectieus. Wanneer mensen deze eitjes binnenkrijgen ontwikkelen zich blaaswormen in voornamelijk de lever. Het kan wel 5 tot 15 jaar duren voor mensen klachten krijgen, afhankelijk van het aantal blaaswormen. Uiteindelijk kan een groot deel van de lever beschadigd zijn door de blaaswormen die er groeien en kan de blaasworm ook in andere organen en bloedvaten groeien. De klachten beginnen vaak met buikpijn en geelzucht.

Hoe voorkom ik een besmetting met de vossenlintworm?

Honden en katten die vaak los lopen in Zuid-Limburg en Oost-Groningen moeten elke 4 weken met een wormmiddel actief tegen de vossenlintworm (praziquantel) behandeld worden.

Honden en katten die met vakantie zijn geweest in een gebied waar de vossenlintworm voorkomt (België, Frankrijk, Duitsland, Zwitserland, Oostenrijk, Tsjechië, Polen, Baltische Staten, Luxemburg) moeten twee achtereenvolgende dagen met een praziquantelhoudendmiddel ontwormd worden. Zorg dat tot twee dagen na ontwormen de ontlasting niet in het milieu komt. Voer de ontlasting af via het huishoudelijk afval en niet via het GFT-afval.

Om de kans op besmetting met de vossenlintworm zo klein mogelijk te maken is het verstandig om in de grensprovincies onder andere de volgende voorzorgsmaatregelen in acht te nemen:

  • Raak geen uitwerpselen van vossen of kadavers van vossen aan met blote handen.

Uitwerpselen van de vos zijn 8 tot 10 cm lang en ongeveer 2 cm dik, vaak aan één kant spits toelopend. De kleur van de uitwerpselen kan verschillen omdat de vos een alleseter is. Je kunt in de uitwerpselen van de vos veren, haren en stukjes bot vinden. Dat onderscheidt ze vaak van hondendrollen.

  • Blijf uit de omgeving van vossenholen en zorg dat honden er ook wegblijven.
  • Voorkom dat honden rauw afval of karkassen eten. Ontworm loslopende honden (oa jachthonden) en katten in de grensgebieden iedere 4 weken met een wormmiddel dat praziquantel bevat.
  • Voorkom het rollen van honden door vossenuitwerpselen.
  • Eet geen bessen e.d. die in gebieden groeien waar de vossenlintworm voorkomt.

Meer informatie is te vinden op de site van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit en van het RIVM.

Een driedimensionale vergroting van een vossenlintworm.