Leucose of Leukemie bij de kat

Feline leukemie virus (FeLV) ofwel Leucose bij de kat wordt veroorzaakt door het feline leukemievirus (FeLV). Het komt wereldwijd voor maar door vaccinatie is de aanwezigheid van het virus in Europa klein. Het is, net als FIV of AIDS bij katten, een zogenaamd Retro virus.

Hoe wordt een kat met leucose besmet?

Een besmette kat scheidt het feline leukemie virus via speeksel, ontlasting, neusuitvloeiing en melk uit. Katten kunnen elkaar besmetten door elkaar te likken of te bijten. Ook kan het Leucose virus in de baarmoeder overgedragen worden.  Jonge kittens zijn het meest gevoelig voor infectie met feliene leucose. Naarmate een kat ouder wordt zal hij of zij minder snel besmet worden met het virus. Als een drachtige poes wordt besmet met leucose leidt dat meestal tot abortus of wegkwijnende kittens.
Een kat kan besmet blijven met het virus of het lichaam elimineert het leukemie virus. Dit verschilt van kat tot kat. De meeste katten weten het virus te elimineren en worden immuun voor het virus. Het elimineren van het leukemie virus kan maanden duren. Als het het FeLV virus niet geëlimineerd wordt blijft het virus aanwezig in het beenmerg. Katten die het virus niet weten te elimineren krijgen meestal op latere leeftijd tumoren van het lymfeklierstelsel, oftwel maligne lymfomen.

Leucose bij de kat wordt met name via vechten en bijten overgedragen.

Leucose bij de kat wordt met name via vechten en bijten overgedragen.

Welke symptomen heeft een kat met leukemie?

Deze zijn erg divers, de meest typische verschijnselen zijn bloedarmoede, verminderde weerstand en tumoren van het lymfeklierstelsel. Ook kunnen er infecties optreden die bij een gezonde kat weinig kans hebben zoals bijvoorbeeld Toxoplasma.

Hoe weten we of een kat besmet is met leucose?

De diagnose van het  Leukemie virus wordt meestal gesteld aan de hand van het ziektebeeld. Wij beschikken ook over een test waardoor wij door middel van bloed kunnen bepalen of uw kat is besmet met  dit virus.

Kunnen katten met leucose behandeld worden?

Chronisch geïnfecteerde katten hebben een slechte lange termijn prognose. De meeste (85%) overlijden binnen drie jaar. De behandeling bij een kat met het feline leukemie virus hangt af van het feit of het een chronische infectie is of niet. Acuut geïnfecteerde katten hoeven meestal niet behandeld te worden. Katten die chronisch geïnfecteerd met Leucose zijn geraakt hebben ondersteunende therapie nodig. Andere infecties moeten zo snel mogelijk bestreden worden omdat de weerstand van de kat laag is. Katten die leukemie hebben moeten binnenshuis blijven en regelmatig (elke 6 maanden) door ons onderzocht worden.

Hoe kan leucose voorkomen worden bij de kat?

Er bestaat een vaccin tegen het leukemie virus, maar omdat de aanwezigheid in Europa laag is vaccineren onze dierenartsen niet standaard met dit vaccin. Als u wilt dat uw kat beschermd wordt tegen leucose kunt u dit aangeven bij het maken van de vaccinatieafspraak.

Veel voorkomende vragen (F.A.Q.’s) over leukemie of leucose bij de kat

  • Bij mijn dierenarts is vastgesteld dat mijn kat Leucose heeft? Wat nu?

Het is belangrijk om onderscheid te maken tussen een kat die een acute infectie heeft en een chronisch geïnfecteerde kat. Het beste is om bij een positief geteste kat de test in een goed extern laboratorium te laten bevestigen via een IFA test. Als deze positief is is het het beste de test na 1-3 maanden te herhalen. Als de test postief blijft is de kat drager geworden van het leukemie virus. Anders is het virus effectief door de kat geëlimineerd.

  • Mijn kat heeft Leucose. Moet ik mijn kat nu laten inslapen?

Dat hoeft niet meteen. Een FeLV positieve kat kan een geruime tijd nog prima leven. Op termijn echter ontwikkelen deze katten immuunstoornissen en/of maligne lymfoom waardoor ze op langere termijn meestal overlijden. Dit kan echter nog jaren duren.

  • Beschermt vaccinatie mijn kat voor 100%?

Vaccinatie geeft een zeer goede bescherming maar geeft geen 100% bescherming. Uit een onderzoek kwam naar voren dat 18 gevaccineerde katten die in contact gebracht werden met het virus door dit in de buikholte te injecteren er 17 niet geïnfecteerd raakten en één wel.

s