Een alvleesklier ontsteking, ofwel pancreatitis, bij de kat

Een alvleesklier ontsteking, ofwel pancreatitis, is een aandoening die voorkomt bij de kat. Een kat met een alvleesklier ontsteking heeft buikpijn, kan braken, kan diarree hebben en wil meestal niet eten. Alle katten, zowel jong als oud, kunnen een ontsteking van de alvleesklier ontwikkelen, maar katten met chronische maag en darm klachten zijn extra gevoelig voor het ontwikkelen van een alvleesklier ontsteking. Een ontsteking van de alvleesklier bij de kat kent vele oorzaken, maar soms blijft de oorzaak onduidelijk. Afhankelijk van de ernst van de alvleesklier ontsteking kan de kat met alleen medicatie behandeld worden of moet de kat worden opgenomen voor meer intensieve zorg. De intensieve zorg voor katten met een ernstige alvleesklier ontsteking kan soms enkele weken duren.  Een alvleesklier ontsteking kan met de juiste behandeling en afhankelijk van de oorzaak goed genezen. Op deze pagina vind u meer informatie over een alvleesklier ontsteking bij de kat.

Een kat met een alvleesklier ontsteking (pancreatitis)

Een kat met een alvleesklier ontsteking (pancreatitis) heeft buikpijn en wil daarom niet eten. Vaak verstoppen katten met een alvleesklier ontsteking zich op rustige plaatsen in huis.

Wat is de alvleesklier, ofwel pancreas?

De alvleesklier (pancreas) is een klein maar belangrijk orgaan en bevindt zich achter de maag en naast de 12-vingerige darm (duodenum). De alvleesklier heeft twee belangrijke functies: een exocriene functie en een endocriene functie. De exocriene functie betreft het aanmaken van van vloeistof met verteringsenzymen en elektrolyten. De verteringsvloeistof wordt gevormd door cellen in de alvleesklier en via een afvoergang wordt de vloeistof afgegeven aan de 12-vingerige darm. De enzymen en elektrolyten zorgen voor de eerste stappen van de voedsel vertering en voor het neutraliseren van het maagzuur. De endocriene functie betreft het aanmaken van de hormonen insuline en glucagon. Deze hormonen zorgen voor een stabiele bloedsuikerspiegel. De hormoon producerende cellen liggen in groepen en worden de Eilandjes van Langerhans genoemd. De hormonen worden afgegeven aan het bloed.

Er kunnen verschillende problemen ontstaan met de alvleesklier.

  • Een ontsteking van de alvleesklier (pancreatitis). Deze ontsteking kan chronisch of acuut zijn.
  • Een abces van de alvleesklier.
  • Een tumor van de alvleesklier, meestal een adenocarcinoom.
  • Atrofie (of verschrompeling) van de alvleesklier (erfelijke afwijking of als gevolg van een chronische ontsteking).
  • Obstructie van de afvoergang van de alvleesklier (exocriene pancreas).
  • Hyperplasie van de alvleesklier (meestal zonder functie verlies of klachten).
De pancreas bij de kat

De pancreas is een klein maar belangrijk orgaan. De pancreas ligt achter de maag en tegen het duodenum. De pancreas heeft een exocriene functie, waarbij de verteringsenzymen en elektrolyten via een afvoergang aan het duodenum worden afgegeven. De pancreas heeft ook een endocriene functie, waarbij door de Eilandjes van Langerhans hormonen (insuline en glucagon) worden gemaakt en afgegeven aan het bloed.

Hoe ontstaat een alvleesklier ontsteking, ofwel pancreatitis, bij de kat?

Er zijn veel verschillende oorzaken voor het ontwikkelen van een alvleesklier ontsteking. Mogelijke oorzaken zijn:

  • Reflux (terugstroming) van darminhoud in de afvoergang van de alvleesklier. Dit kan gebeuren bij een verhoogde druk vanuit de buik.
  • Reflux (terugstroming) van galzuren in de afvoergang van de alvleesklier. Dit kan gebeuren doordat de afvoergang van de galzuren vanuit de lever op dezelfde plaats in de 12-vingere darm uitkomt als de afvoergang van de alvleesklier.
  • Zeer vetrijke maaltijd, bijvoorbeeld wanneer de kat (een deel van) een pakje boter heeft gegeten.
  • Een alvleesklier ontsteking kan ook ontstaan door gebruik van sommige medicijnen, zoals fenobarbital, corticosteroïden/prednison, furosemide, sulfa-medicatie, tetracycline, aspirine.
  • Een te kort aan doorbloeding van de alvleesklier en andere organen, waardoor de alvleesklier te weinig zuurstof krijgt (ischemie). Bijvoorbeeld als gevolg van shock, trauma of langdurige anesthesie.
  • Leverziekten kunnen een alvleesklier ontsteking veroorzaken.
  • Een ontsteking of tumor in de buurt van de alvleesklier.

Hoe herken ik een alvleesklier ontsteking, ofwel pancreatitis, bij de kat?

Een alvleesklier ontsteking kan acuut of chronisch zijn. Bij een acute alvleesklier ontsteking zijn de klachten meestal pas kort van duur en heel heftig. Bij een chronische alvleesklier ontsteking zijn de klachten al langere tijd aan de gang en mild. De klachten van een alvleesklier ontsteking kunnen heel divers zijn:

  • Anorexie (niet eten).
  • Braken.
  • Buikpijn.
  • Diarree.
  • Dehydratie (uitdroging).
  • Koorts. Koorts ontstaat meestal bij een acute pancreatitis omdat er veel ontstekingsmediatoren worden vrij gegeven.
  • Een chronische pancreatitis gaat soms samen met een immuungemedieerde darm ontsteking (IBD) of met een galgangen ontsteking (cholangiohepatitis/triaditis).

Hoe wordt een alvleesklier ontsteking, ofwel pancreatitis, bij de kat gediagnosticeerd?

Het diagnosticeren van een alvleesklier ontsteking is helaas niet eenvoudig. Er is helaas geen eenvoudige en eenduidige test om een ontsteking van de alvleesklier te bevestigen. Het is daarom belangrijk om andere oorzaken voor buikpijn, niet eten en/of braken uit te sluiten. Het is belangrijk om te weten of uw kat goed eet, mogelijk braakt of diarree heeft. Ook bij katten die veel buiten komen of in een huishouden met meerdere katten is het belangrijk goed in de gaten te houden of uw kat voldoende eet, drinkt en normale ontlasting en urine heeft. Het is soms belangrijk uw kat binnen te houden en/of te scheiden van de andere katten om een goede observatie uit te kunnen voeren.

Mogelijke onderzoeken om een alvleesklier ontsteking, ofwel pancreatitis, vast te stellen.

Uw dierenarts zal een aantal belangrijke vragen aan u stellen betreffende het gedrag en de klachten van uw kat (de anamnese). Vervolgens zal de dierenarts een lichamelijk onderzoek verrichten waarbij wordt gekeken naar het gewicht, de hartslag, de ademhaling, de temperatuur en het algemeen beeld. Ook zal de dierenarts in de buik van uw kat voelen. Afhankelijk van de anamnese (het vraag gesprek) en het lichamelijk onderzoek zal de dierenarts u adviseren een behandeling in te stellen of om verder onderzoek te doen. Bij een verdenking op een alvleesklier ontsteking kunnen verschillende onderzoeken worden uitgevoerd die de verdenking op een alvleesklier ontsteking kunnen ondersteunen en soms bevestigen:

  • Bloedonderzoek: een volledig bloedonderzoek is te adviseren om andere oorzaken van buikpijn en/of braken uit te sluiten. Daarnaast kan een bloedtest worden gedaan voor alvleesklier ontsteking: fPLI (Feline pancreas Lipase). Deze test kan in huis worden uitgevoerd (SNAP test) of kwantitatief door het laboratorium. De in huis SNAP-test geeft alleen aan of er sprake is van normale of abnormale waarden (geen kwalitatieve waarde). Er moet rekening gehouden worden met de interpretatie van de SNAP test: een negatieve uitslag (normale waarden) sluit een alvleesklier ontsteking uit, maar een positieve uitslag (abnormale waarden) is suggestief, maar niet bewijzend voor een alvleesklier ontsteking. Is de uitslag van de SNAP test positief, dan wordt geadviseerd het bloed ook op te sturen naar het laboratorium voor een kwantitatieve beoordeling en bevestiging van een alvleesklier ontsteking.
  • Echografie: bij de verdenking op een alvleesklier ontsteking is het soms nodig om een echo van de buik te maken. Door het maken van een echo kan er gekeken worden of de alvleesklier en de omgeving van de alvleesklier er normaal of abnormaal uit ziet. Ook kan er gezocht worden naar een mogelijke oorzaak van de alvleesklier ontsteking en of er een andere oorzaak is voor de klachten van buikpijn en/of braken.
  • Biopten: wanneer een alvleesklier er afwijkend uitziet (maar soms ook als de alvleesklier er niet afwijkend uitziet), kunnen er biopten van de alvleesklier genomen worden om te kijken of er sprake is van een ontsteking of mogelijke tumor. Deze biopten kunnen soms onder echo begeleiding genomen worden met alleen een naald (DNAB, Dunne Naald Aspiratie Biopt voor cytologie). Echter zijn soms weefselbiopten nodig, waarbij chirurgisch een stukje alvleesklier wordt opgestuurd voor histologie.

Hoe wordt een alvleesklier ontsteking, ofwel pancreatitis, bij de kat behandeld?

Een ontsteking van de alvleesklier moet door het lichaam zelf worden opgelost, er zijn dus geen medicijnen die de ontsteking van de alvleesklier remmen! Omdat de kat braakt, niet eet, diarree heeft en buikpijn heeft is het wel erg belangrijk om hiervoor medicijnen te gebruiken.

  • Medicatie tegen de buikpijn. Gebruik als pijnstilling GEEN NSAID. Een NSAID kan de klachten van een alvleesklier ontsteking verergeren! Wel kan er gebruik worden gemaakt van opiaten en/of een pijnstillend infuus met ketamine.
  • Anti-braak middelen. Om het braken tegen te gaan kunnen anti-braak middelen worden gegeven. Maropitant (cerenia) is te adviseren, dit middel werkt naast een anti-braak middel ook tegen buikpijn.
  • Infuustherapie. Afhankelijk van de klinische toestand van de kat is het soms belangrijk dat de kat wordt opgenomen voor infuustherapie om de uitdroging door diarree en braken te herstellen. Bovendien moeten soms de elektrolyten en eiwitten in het bloed worden hersteld.
  • Dwangvoeding. Wanneer een kat niet wil eten is het soms nodig om de kat te dwangvoeren. Dwangvoeren is bij de meeste katten erg lastig en kan weerstand tegen voedsel opwekken. Bovendien kunnen katten niet goed vasten en ontwikkelen zich binnen een aantal dagen problemen in de lever als de kat niet eet. Het is daarom verstandig om bij een kat die drie of meer dagen niet eet en waarbij een alvleesklier ontsteking is vastgesteld, een neus- of slokdarmsonde te plaatsen. Met deze voedingssonde kan er voldoende voeding kan worden aangeboden. Wanneer de kat weer zelf wil eten is het verstandig om enige tijd vetarme voeding te geven.
  • Maagzuurremmers, antibiotica, corticosteroïden en pancreas-enzymen zijn niet zinvol in de behandeling van een alvleesklier ontsteking.

Wat is de prognose van een alvleesklier ontsteking, ofwel pancreatitis, bij de kat?

Bij een acute alvleesklier ontsteking kan uw kat ernstig ziek worden en een zeer intensieve behandeling nodig hebben. Het komt helaas voor dat katten ondanks een goede behandeling toch overlijden. Bij een chronische alvleesklier ontsteking zijn de klachten vaak milder van aard en kunnen katten met een juiste behandeling en juiste voeding goed herstellen. Het is wel erg belangrijk om goed in de gaten te houden dat de kat geen complicaties ontwikkeld, zoals suikerziekte.

Hebt u vragen na het lezen van deze pagina of denkt u dat uw kat last heeft van een alvleesklier ontsteking, neem dan gerust contact met ons op. Wij helpen u graag!

s