Hartproblemen en hartfalen bij de hond

Hartproblemen komen zeer veel voor bij honden. Bij kleine honden zien we zeer veel klepproblemen, bij grote honden veel hartspierziektes. Met de juiste medicatie kunnen we honden met hartproblemen vaak nog lang goed behandelen (afhankelijk van de oorzaak).
Het hart is een grote spier die het bloed rondpompt door het lichaam. Hierdoor worden alle cellen in het lichaam voorzien van zuurstof en voedingsstoffen. Tevens zorgt de bloedcirculatie voor de afvoer van afvalstoffen naar de longen, lever of nieren. Er zijn twee harthelften: de rechter en de linker harthelft. De rechter harthelft regelt de kleine bloedsomloop (naar de longen), de linker de grote.

Grofweg zijn er twee groepen te onderscheiden, aangeboren afwijkingen en verworven afwijkingen. Bij honden komen de verworven hartproblemen veel vaker voor dan de aangeboren afwijkingen.

Bij Caressa Dierenziekenhuizen heeft Ischa Swartz zich met name op de (echo)cardiologie toegelegd. Hartecho’s worden door hem uitgevoerd.

Een normaal hart bij de hond.

Is er bij uw hond een hartprobleem geconstateerd of een hartruis en heeft u hier vragen over (die u niet kan vinden op onze website) dan helpen wij u graag. Neem te allen tijde gerust contact met ons op of gebruik de button links in beeld hiervoor.

De verworven hartproblemen bij de hond

Verworven hartafwijkingen zijn afwijkingen waarmee een hond niet geboren is. Hij is dus op latere leeftijd ontstaan. Hieronder worden de belangrijkste besproken.

Mitralisinsufficientie (myxomateuse klepdegeneratie van de mitraalklep)

Dit is de meest voorkomende hartafwijking bij de hond. Het komt met name bij kleine hondenrassen voor. Cavalier King Charles Spaniëls hebben een genetische aanleg voor deze aandoening. Praktisch iedere CKCS krijgt vroeg of laat deze aandoening.

Er is geen genezing mogelijk (alhoewel in Amerika honden vervangende  kleppen kunnen krijgen). Als er hartfalen ontwikkelt, kunnen we met medicatie deze wel een lange tijd goed behandelen. Mitralisinsufficientie leidt tot linker hartfalen (zie symptomen).

Plaatje mitraalkleppen normaal (met dank aan Hill’s)

Plaatje mitralisinsufficientie myxomateuse klepdegeneratie (met dank aan Hill’s)

Tricuspedalisinsufficientie

Dit is hetzelfde probleem alleen ontstaat dit aan de tricuspedaalkleppen; de kleppen tussen de rechter boezem en kamer. Dit treedt vaak op in combinatie met mitralisinsufficientie. Erge insufficiëntie leidt tot rechter hartfalen.

Dilatatoire Cardiomyopathie

Dit is een hartafwijking die vaak bij grote hondenrassen voorkomt (en fretten). Dobermann Pinchers hebben een genetische aanleg voor dit probleem.

Bij deze aandoening degenereert (afsterven/verslechterd) de hartspier. Dit kan leiden tot ritmestoornissen. Daardoor wordt de hartspier dunner en worden de boezems en kamers groter. Het kan leiden tot linker en rechter hartfalen. Met medicatie kunnen we dieren vaak nog wel een periode goed behandelen. Echter, deze aandoening heeft op langere termijn een slechte prognose.

Plaatje dilatatoire cardiomyopathie hond (met dank aan Hill’s)

Andere hartafwijkingen

Klepinfecties komen soms bij dieren voor. Meestal treffen we de infecties aan de mitraalkleppen of aortakleppen. Naast de klepproblemen zijn deze dieren ook algemeen ziek.

Soms vinden we tumoren in het hart. Deze kunnen tot hartfalen leiden en geven vaak ook vocht in het hartzakje (pericardiale efusie), wat weer tot rechter hartfalen leidt.

De aangeboren afwijkingen bij de hond

Deze komen minder vaak voor bij honden. Een aangeboren afwijking is een afwijking die bij geboorte al aanwezig is en dus een afwijking in de aanleg van het hart betreft. In het kort zullen we de belangrijkste behandelen.

Aortastenose

Dit is één van de meest voorkomende aangeboren afwijkingen en zien we vaak bij honden. Hierbij is er een vernauwing aan de basis van de aorta net onder de kleppen aanwezig. Hoe erger de vernauwing, hoe erger het probleem is. De symptomen zijn linker hartfalen (met als het erg is vocht in de longen), een slechte conditie en flauwtes. Geringe vernauwingen leiden niet tot problemen.

Aorta stenose. Door de vernauwing bij de aorta ontstaat er een verdikking van de hartspier van de linker kamer.

Pulmonaalstenose

Dit is een vergelijkbaar probleem als de aortastenose, alleen bevindt de vernauwing zich aan de longslagader (arteria pulmonalis). De symptomen zijn rechter hartfalen, eventueel vocht in de buikholte en een slechte conditie.

Pulmonaal stenose

Bij een pulmonaalstenose is er een vergelijkbaar probleem aanwezig bij de longslagader.

Persisterende ductus arteriosus van Botalli (PDAB)

Voor de geboorte zijn de twee bloedsomlopen verbonden door middel van een bloedvat tussen de aorta en de longslagader. De foetus ontvangt namelijk zuurstofrijk bloed via de navel en niet via de longen. Dit bloedvat sluit zich normaliter direct na de geboorte. Soms gebeurt dit niet en blijft de verbinding open. Dit is een ernstige afwijking die, indien onbehandeld, tot ernstig hartfalen leidt. De dieren krijgen meestal klachten als ze ongeveer 6 maanden oud zijn.

Persisterende ductus arteriosus

Bij een persisterende ductus arteriosus van Botalli is er een open verbinding blijven bestaan tussen aorta en longslagader.

De diagnose kan makkelijk gesteld worden. Via auscultatie (het beluisteren van het hart met een stethoscoop) is een typisch hartgeruis te horen. De definitieve diagnose wordt echter gesteld via een hartecho. Op echo is er bloedstroom te zien van de aorta naar de arteria pulmonalis (in een later stadium eventueel zelfs andersom). De enige echte behandeling is het sluiten van het bloedvat. Dit kan via chirurgie of via coils. Indien onbehandeld leidt dit tot linker hartfalen.

Ventrikel septum defect

Hierbij is er een opening in de wand tussen de linkerkamer en rechterkamer. Kleine openingen leiden niet tot problemen. Grotere openingen zorgen er echter voor dat een deel van het bloed uit de linkerkamer naar de rechter stroomt (of later soms andersom). Dit leidt meestal tot linker hartfalen met eventueel vocht in de longen. Een VSD zien we zowel bij honden als bij katten.

Ventrikel septum defect

Bij een ventrikel septum defect is er een open verbinding aanwezig tussen de linker kamer en de rechter kamer.

Atriaal septum defect

Hierbij is er een opening tussen de linker en rechter boezem. Grotere openingen leiden tot rechter hartfalen.

Atrium septum defect

Bij een atriaal spetum defect is er een open verbinding aanwezig tussen de linker boezem en de rechter. boezem.

Klepinsufficienties en stenoses
Alle hartkleppen kunnen afwijkend aangelegd worden. Indien kleppen lekken, noemen we dit insufficiënties. Als ze vernauwen noemen we dit stenoses. Zo kunnen we insufficiënties of stenoses vinden aan:

  1. De mitraalkleppen. Dit zijn de kleppen tussen de linker boezem en kamer. Dit leidt tot linker hartfalen.
  2. De tricuspedaalkleppen. Dit zijn de kleppen tussen de rechter boezem en kamer. Dit leidt tot rechter hartfalen.
  3. De aortakleppen. Stenose is al beschreven hierboven. Insufficiëntie leidt tot linker hartfalen.
  4. De pulmonaalkleppen. Stenose is ook reeds beschreven. Insufficiëntie leidt tot rechter hartfalen.

Overige aangeboren hartafwijkingen

Combinaties van de bovenbeschreven hartafwijkingen komen ook voor. Soms zijn er nog ernstigere afwijkingen mogelijk, zoals de tetralogie van Fallot. Dit is een ernstige hartafwijking waarbij we een ernstig ventrikelseptumdefect vinden met een rijdende aorta (deze ontvangt bloed vanuit rechter en linker ventrikel) en een pulmonaalstenose. Tevens is er een verhoogde bloeddruk in de longslagader (pulmonaire hypertensie) (zie ook http://commons.wikimedia.org/wiki/File:Tetralogy_of_Fallot.svg).

Symptomen van hartproblemen bij de hond

Hartfalen kan in verschillende categorieën verdeeld worden. Je hebt, zoals al eerder genoemd, linker hartfalen en rechter hartfalen. Daarnaast kan je ‘output’ problemen hebben. Dit zien we bij ritmestoornissen maar ook bij andere hartproblemen.

Om goed te kunnen leven en functioneren is een adequate bloeddruk nodig. Het orgaan dat het meest gevoelig is voor een lage bloeddruk (en dus te weinig zuurstof) zijn de hersenen. Daarom zien we bij hartpatiënten vaak flauwtes. Op dat moment krijgen de hersenen te weinig zuurstof en valt het dier flauw. In geval van linker hartfalen zie je ook vaak een blauwig gekleurde tong en slijmvliezen. Bij ritmestoornissen treedt dit geregeld op.

Linker hartfalen treedt het meest op bij hartproblemen. Het geeft bij honden longoedeem.  De oorzaak van het longoedeem is de stijging van de druk in de linker boezem en/of kamer. Zoals hierboven te lezen is, zijn er veel verschillende oorzaken mogelijk voor linker hartfalen.

Dieren met longoedeem en/of vocht in de borstholte hebben de volgende symptomen:

  • Hoesten.
  • Bemoeilijkte en versnelde ademhaling. Normaliter is de ademfrequentie bij de hond in rust  (dus als ze slapen! Niet als ze lopen, rennen of spelen) maximaal 30 maal per minuut. Een hogere frequentie kan wijzen op hartfalen of longproblemen.
  • Slechtere conditie.
  • Cyanotische (blauw gekleurde) slijmvliezen. Dit komt door de slechte zuurstofuitwisseling in de longen.

Rechter hartfalen komt ook geregeld voor. De oorzaken zijn divers. Een typisch verschijnsel hierbij is ascites, ofwel vocht in de buikholte. Daarnaast krijgt de linker kamer onvoldoende bloed vanuit de longcirculatie wat tot flauwtes kan leiden en een slechtere conditie.

De diagnose van een hartprobleem bij de hond

De diagnose kan op verschillende manieren gesteld worden:

  1. Auscultatie. Hierbij beluisteren we het hart en de longen met een stethoscoop. Arhytmien (ritmestoornissen) en hartruizen (bij lekkages) zijn te horen en soms ook vocht in de longen. De oorzaak is met een stethoscoop echter nooit met 100% zekerheid te stellen.
  2. ECG ofwel elektrocardiogram. Hierbij meten we het hartritme. Een ECG brengt de elektrische activiteit in beeld van het hart (en eventueel andere spieren of apparaten in de buurt). Het wordt tegenwoordig met name gebruikt voor ritmestoornissen of tijdens een echocardiografie.
  3. Röntgenopnames. Hiermee kunnen we vocht in de longen zien en kunnen we een hartvergroting vaak beoordelen. Om het hart echter goed te kunnen onderzoeken, is een echografie informatiever.
  4. Echocardiografie. Hiermee ‘bekijken’ we het hart met een echograaf. De grootte van alle kamers is te meten. Teven is met Doppler te zien of er lekkages of vernauwingen zijn. Dit instrument is onmisbaar geworden in de veterinaire cardiologie en heeft andere onderzoeksmethodes gedeeltelijk vervangen.
  5. Bloedonderzoek. In hartspiercellen bevinden zich enzymes. Bij hartspierschade of hartproblemen kunnen deze verhoogd in het bloed terecht komen. Hierdoor kunnen we zien of er een hartprobleem aanwezig is. De oorzaak is hiermee echter niet met zekerheid vast te stellen. De meest gebruikte zijn Tropinine I en NT-Pro-BNP.

De behandeling van een hartprobleem bij de hond

Hieronder volgen de meest voorgeschreven medicatie met uitleg hoe ze werken:

Vetmedin (pimobendan)

Dit medicijn wordt het meest gegeven bij hartspierproblemen bij de hond (DCM of dilatatoire cardiomyopathie) en klepproblemen (meestal mitralisinsufficiëntie).
Vetmedin zorgt er simpel gezegd voor dat het hart makkelijker kan werken (het verlaagt de voor- en nabelasting) en versterkt de hartspierkracht. Het dient een half uur voor de maaltijd gegeven te worden (eventueel met een klein stukje worst). Als belangrijkste bijwerking worden maag- en darmklachten gemeld.

Fortekor (benazepril)

Dit medicijn behoort tot de zogenaamde ACE-remmers. Ook dit medicijn zorgt er voor dat het hart makkelijker kan werken door verlaging van de voor- en nabelasting. Het wordt vaak samen met Vetmedin gegeven. Tevens heeft dit medicijn een langdurende werking; het spaart het hart op lange termijn. Soms kunnen dieren slomer worden van Fortekor doordat het een milde bloeddrukdaling kan geven.

Furosemide

Dit is een medicijn wat vochtafdrijvend werkt. Vaak krijgen hartpatiënten vocht in de longen, buikholte of borstholte (kat). Furosemide is zeer effectief in het bestrijden van deze vochtopbouw. Bijwerkingen zijn met name een laag kaliumgehalte in het bloed en eventueel uitdroging. Indien een hartpatiënt niet meer eet of spierzwakte vertoont, kan dit het geval zijn en adviseren wij u snel contact met een dierenarts op te nemen.

Een hond die behandeld wordt met furosemide en goed onder controle is ademt in rust maximaal 30 x per minuut (liefst meten als de hond slaapt). Indien dit hoger ligt wijst dit meestal op vocht in de longen en is het advies contact op te nemen met Caressa.

Atenolol

Dit wordt soms bij honden voorgeschreven met ritmestoornissen of vernauwingen van de aorta of de longslagader (aortastenose en pulmonaalstenose).

Overige medicatie

Diltiazem (een calcium blokker) wordt voorgeschreven bij ritmestoornissen. Digoxine wordt soms voorgeschreven bij ritmestoornissen. Digoxine kan, met name bij hogere dosissen, een slechte eetlust geven en tot braken leiden. Indien dit optreedt, is het verstandig contact met Caressa op te nemen.