Mijn kat niest of is verkouden

Niezen of verkoudheid bij de kat is een zeer veel voorkomend probleem. Het is erg belangrijk om een onderscheid te maken tussen katten die acuut niezen, en katten die chronisch niezen. Een kat die acuut niest niest sinds een paar dagen tot hooguit twee weken. Chronisch niezende katten niezen ofwel langer dan twee weken of hebben steeds weer terugkerende verkoudheidsklachten.

Acuut niezen of verkoudheid bij de kat

Bij acuut niezen spelen de klachten zoals gezegd nog maar sinds kort.

De mogelijke oorzaken van acute verkoudheid bij de kat zijn:

  • Een acute virale infectie. Deze ziekte noemen we niesziekte (zie ook: niesziekte bij de kat). De mogelijke klachten zijn snotteren en niezen, kokhalzen, een oogslijmvliesontsteking, koorts en gewrichtspijn.
  • Een vreemd voorwerp in de neus. Dit betekent dat er iets in de neus zit wat daar niet hoort te zitten. Een veelvoorkomende oorzaak is een grasaar of kruiper. Ook zien we bij katten zeer geregeld een grasspriet boven het zachte gehemelte zitten. Dit geeft een typisch beeld: De kat kokhalst en slikt continu en eet slecht of moeizamer.

    Kattegras kat

    Gras van buiten of kattegras komt geregeld vast te zitten in de keel bij katten.

  • Een andere oorzaak van niezen is een irritatie van de neus en keel. Dit is echter zeer zeldzaam. Als een kat bijvoorbeeld irriterende stoffen inademt kan hierdoor een ontstekingsreactie ontstaan met niezen en hoesten tot gevolg.

Chronisch niezen of verkoudheid bij de kat

Dit komt zeer geregeld voor bij de kat. Katten kunnen chronisch niezen, snotteren en/of oogontstekingen krijgen. Dit kan soms ook gepaard gaan met bloedverlies via de neus. Katten die chronisch niezen kunnen soms ook periodes hebben waarin er minder klachten zijn.

De mogelijke oorzaken van chronisch niezen en neusklachten bij de kat

  • Chonische niesziekte. Met name Herpes kan chronische niesziekte klachten geven. Als katten besmet worden met het Herpes virus blijven zij hier altijd drager van (het Herpes virus gaat in de hersenstam zitten en wacht daar tot het moment van een verminderde weerstand). Sommige katten ontwikkelen een inefficiënte afweerreactie en blijven hierdoor chronische klachten houden.
  • Een poliep in de nasopharynx (dit is de neus en keelholte). Een nasopharyngeale poliep is een goedaardige massa die ontstaat vanuit het middenoor, de buis van Eustachius of vanuit de neus/keelholte. De poliep ontstaat ten gevolge van een chronische ontstekingsreactie op een virale, bacteriële of zelfs schimmel infectie.

    Poliep bij de kat

    Achter het zacht gehemelte is bij deze kat een poliep te zien.

  • Een tumor in de neusholte, mondholte of keel. Met name in de neusholte zien we af en toe tumoren ontstaan. Het zijn meestal oudere katten. Vaak gaan tumoren gepaard met geringe tot soms erger bloedverlies. Dit kan, zeker in het begin, éénzijdig zijn. Ook kan er een verandering van het aangezicht van de kat ontstaan. Vaak zijn dit kwaadaardige tumoren met een minder goede prognose. Maligne lymfoom komt echter ook in de neusholte voor en kan geregeld wél vrij goed behandeld worden.
Niezen of verkoudheid bij de kat: een foto van de neusholte

Een foto van de neusholte van een kat. Rechts in beeld (de linker neusholte voor de kat) is witter (radiodenser).

  • Een schimmelinfectie in de neus. Met name Aspergillus en Cryptococcus worden in de neus bij katten gevonden. Een schimmelinfectie is een agressieve infectie. De schimmel vreet de inwendige neusschotjes weg. Hierdoor zien we, naast pussige neusuitvloeiing en niezen, vaak ook bloedverlies uit de neus.
  • Een chronische ontsteking van de neusholte. Met name een zogenaamde lymfoplasmacellulaire ontsteking wordt bij katten met chronische niesziekte klachten gevonden. De oorzaak van dit soort ontstekingen is meestal niet goed te achterhalen. Er is in ieder geval sprake van een chronische immuunreactie in de neusholte met snotteren en niezen tot gevolg. Bij vele van deze katten vinden we ook virussen zoals Herpes en Calici. Waarschijnlijk spelen deze virussen bij meerdere van deze katten een rol in dit soort ontstekingen.

Hoe behandelen we een kat met niezen of verkoudheidsklachten?

Zie voor een kat met acute niesziekte zie onze pagina niesziekte bij de kat. Een kruiper of grasspriet is onder narcose via endoscopie meestal goed te verwijderen.

Chronische niesziekte bij de kat

Bij chronische niesziekte zullen we eerst een diagnose moeten stellen om de oorzaak te achterhalen. Om een definitieve diagnose te stellen voeren we vaak de volgende onderzoeken uit:

  • Een röntgenopname van de neusholte, voorhoofdholtes en eventueel borstholte.
  • Een inspectie via rhinoscopie van de neusholte, keelholte en eventueel luchtpijp.
  • Een bacterie en soms ook virus kweek van de neusholte.
  • Na het nemen van biopten kunnen we weefselonderzoek doen.
  • Soms is een MRI of CT scan nodig om een goed beeld van de neusholte te krijgen bij een kat.

Nadat we een diagnose hebben gesteld behandelen we chronisch niezen bij de kat als volgt:

  • Chronische niesziekte. Dit is niet te genezen, maar kan met een goede behandeling wel een stuk verbeteren en goed leefbaar zijn. Antibiotica geeft vaak verlichting en verbetering. Het effect ervan is echter meestal tijdelijk. Het anti-virale middel famcyclovir (125 mg, 2-3 x daags) is effectief tegen het herpesvirus en veilig in gebruik (in tegenstelling tot acyclovir; dit is snel toxisch bij katten). L-lysine werd vroeger gebruikt, omdat gedacht werd dat door L-lysine het herpesvirus zich minder goed zouden kunnen vermenigvuldigen, door een verlaging van de arginine spiegel. Uit recente onderzoeken blijkt echter dat L-lysine de arginine concentratie niet verlaagd en ook niet effectief is voor preventie of behandeling van het herpesvirus. We adviseren het gebruik dan ook niet meer. Interferon kan ook helpen, maar in Nederland is alleen omega interferon verkrijgbaar (dosering: 30 IE oraal per dag).
  • Een nasopharyngeale poliep. Deze dient onder narcose volledig verwijderd te worden. Aangezien sommige poliepen ontstaan in het middenoor of de buis van Eustachius kan dit betekenen dat we een bullectomie moeten uitvoeren (hierbij leggen we het middenoor open, een relatief ingrijpende operatie). De prognose is echter uitstekend als de poliep volledig verwijderd wordt.
  • Tumoren van de neusholte. De meest voorkomende tumor in de neusholte, het adenocarcinoom, heeft een slechte prognose. Bestraling kan tijdelijk verbetering geven, maar de meeste katten overlijden relatief snel na het stellen van de diagnose. Maligne lymfoom kan veel beter behandeld worden (zie ook: Maligne lymfoom bij de kat).
  • Een schimmelinfectie. Deze infecties kunnen hardnekkig zijn om te behandelen. Via rhinoscopie (onder narcose) dient zoveel mogelijk dood weefsel en schimmel verwijderd te worden. Hierna sluiten we de neusholte af met kleine opblaasbare ballonnetjes (Foley catheters) en vullen we de neusholte op met een oplossing met ketoconazole (de kat moet dan 15 minuten op iedere zijde liggen).
  • Lymfoplasmacellulaire rhinitis. Deze reageert vaak goed maar gedeeltelijk op antibiotica. Ook prednison kan verbetering geven. Vaak geven we prednison gedurende twee weken om de bijwerkingen te verminderen of te voorkomen. Bij heropflakkering kan dan prednison herstart worden.
Heeft u nog vragen over (chronische) niezen bij de kat of wilt u een afspraak maken? Neem dan gerust contact met ons op. Wij helpen u graag!

 

 

s