Hartproblemen en HCM bij de kat

Samenvatting
Hartproblemen komen zeer veel voor bij katten. HCM, ofwel hypertrofische cardiomyopathie, komt verreweg het meest voor bij de kat.  Andere oorzaken zoals RCM (restrictieve cardiomyopathie) of aangeboren hartafwijkingen komen ook voor. Om de diagnose goed vast te kunnen stellen is echografie, eventueel samen met een röntgenopname, essentieel. De prognose en dus ook de behandeling hangt af van de oorzaak en de ernst.

Katten met een hartprobleem laten dit meestal heel slecht zien. Dit komt omdat de meeste katten met een (beginnend) hartprobleem nog geen symptomen hebben. Daarnaast zijn de eerste symptomen heel lastig te zien. Dit komt omdat veel katten een vrij rustig bestaan leiden (lekker zonnen in de vensterbank).

Bij Caressa Dierenziekenhuizen heeft dierenarts Ischa Swartz zich toegelegd op de cardiologie. Hij is ook de dierenarts die de hartecho’s uitvoert.

Heeft uw kat mogelijk een hartprobleem of heeft u nog vragen na het lezen van deze informatie neem dan gerust contact met ons op. Wij helpen u graag!

De verworven hartproblemen bij de kat (waaronder H.C.M.)

HCM (hypertrofische cardiomyopathie) en andere cardiomyopathieën vallen onder de zogenaamde verworven hartproblemen. Dit  zijn hartafwijkingen waarmee de kat niet geboren wordt, maar ontstaan na de geboorte op latere leeftijd. Wel kan de afwijking een genetische oorzaak hebben.

Hypertrofische Cardiomyoplathie of HCM.

Wat is HCM bij de kat nu precies?

HCM (hypertrofische cardiomyopathie) is een aandoening die vaak bij de kat (en fret) voorkomt. Als een kat HCM heeft betekent dit dat deze kat een afwijkende hartspier heeft. Dit uit zich erin dat de spier gaat verdikken. Als gevolg hiervan kan er hartfalen optreden en kan de kat ziek worden. Er zijn echter ook katten die HCM hebben maar daar jarenlang zonder problemen mee rondlopen.

Zijn er andere mogelijke oorzaken van een hartspierverdikking bij de kat?

Eenzelfde beeld kan optreden bij een verhoogde bloeddruk (hypertensie) en bij een overactieve schildklier (hyperthyreoidie bij de kat). Het is dus essentieel deze onderliggende oorzaken uit te sluiten voordat de diagnose van HCM gesteld mag worden.

Wat zijn de symptomen van HCM bij de kat?

De symptomen kunnen zijn:

  • Geen. Heel veel katten lopen met HCM rond zonder dat de baasjes iets opgemerkt hebben.
  • Vocht in de borstholte en/of longen met benauwdheid tot gevolg. Dit treedt op als er ernstig hartfalen is ontstaan.
  • Thrombose. Dit zijn stolsels die zich vormen in het hart (om precies te zijn in het linker hartoortje) bij oia HCM en die kunnen leiden tot verlammingen.
  • Slechte conditie.
  • Flauwvallen.

Hoe stellen we de diagnose van HCM bij de kat?

Echografie
Er is vaak een typische hartspierverdikking te zien van het septum of de linkerkamer wand. Vaak zien we complicaties optreden zoals een vernauwing van de aortainstroomopening of SAM (systolic anterior movement of the mitral valve leaflet). Hierbij staat de klep tussen de linker boezem en kamer open op het moment dat de kamer samentrekt. Deze klep dient normaliter op dat moment gesloten te zijn. Het gevolg hiervan is een nog ergere afsluiting van de aorta en lekkage van deze klep.
Als gevolg van al deze veranderingen zien we bij katten vaak uiteindelijk dat de linker boezem bij HCM gaat uitzetten. Soms vormen zich ook stolsels in de linker boezem. (zie verder). Bij ons voert Ischa Swartz alle hartecho’s uit. Hij is zeer ervaren in de echocardiografie. Neem contact met ons op om en echografie in te plannen.

Röntgenopname
Op een rönegenopname is vaak een vergroot hart te zien bij HCM. Andere hartproblemen kunnen dit ook geven. Ook is er op een röntgenopname vocht in de longen of borstholte te zien.

Bloedonderzoek
Tevens kan men via bloed screenen op HCM. Voor HCM bij de kat (Maine Coon) zijn er namelijk twee genetische markers ontdekt. Bloedonderzoek kan aanwijzen of een kat drager is van deze genen. Indien dit het geval is, is het verstandig niet te fokken met die kat. Een kat die negatief is voor deze markers kan echter nog wel HCM krijgen. Dit, omdat er zeer vele andere (nog niet ontdekte) genen een rol spelen  HCM.

Plaatje hypertrofische cardiomyopathie kat (HCM, met dank aan Hill’s)

 

Restrictieve cardiomyopathie of RCM

Deze aandoening komt alleen bij katten voor. Hij komt een stuk minder vaak voor dan HCM. Bij deze aandoening kunnen de kamers niet goed ontspannen (vandaar de naam “restrictie”). Dit is lastig te beoordelen bij een (levend) dier. Op echo zien we dat de kamers een normale vorm hebben maar dat de boezems uitzetten. Er treedt vaak linker hartfalen op maar ook soms rechter hartfalen.

Aangeboren hartafwijkingen bij de kat

Deze komen minder vaak voor bij katten. Een aangeboren afwijking is een afwijking die bij geboorte al aanwezig is en dus een afwijking in de aanleg van het hart betreft. In het kort zullen we de belangrijkste behandelen.

Aortastenose

Dit is een zeldzaam voorkomende afwijking bij de kat. Hierbij is er een vernauwing aan de basis van de aorta net onder de kleppen aanwezig. Hoe erger de vernauwing, hoe erger het probleem is. De symptomen zijn linker hartfalen (met als het erg is vocht in de longen), een slechte conditie en flauwtes. Geringe vernauwingen leiden niet tot problemen.

Aorta stenose. Door de vernauwing bij de aorta ontstaat er een verdikking van de hartspier van de linker kamer.

Pulmonaalstenose

Dit is een vergelijkbaar probleem als de aortastenose, alleen bevindt de vernauwing zich aan de longslagader (arteria pulmonalis). De symptomen zijn rechter hartfalen, eventueel vocht in de buikholte en een slechte conditie.

Pulmonaal stenose

Bij een pulmonaalstenose is er een vergelijkbaar probleem aanwezig bij de longslagader.

Persisterende ductus arteriosus van Botalli (PDAB)

Voor de geboorte zijn de twee bloedsomlopen verbonden door middel van een bloedvat tussen de aorta en de longslagader. De foetus ontvangt namelijk zuurstofrijk bloed via de navel en niet via de longen. Dit bloedvat sluit zich normaliter direct na de geboorte. Soms gebeurt dit niet en blijft de verbinding open. Dit is een ernstige afwijking die, indien onbehandeld, tot ernstig hartfalen leidt. De katten krijgen meestal klachten als ze ongeveer 6 maanden oud zijn.

Persisterende ductus arteriosus

Bij een persisterende ductus arteriosus van Botalli is er een open verbinding blijven bestaan tussen aorta en longslagader.

De diagnose kan makkelijk gesteld worden. Via auscultatie (het beluisteren van het hart met een stethoscoop) is een typisch hartgeruis te horen. De definitieve diagnose wordt echter gesteld via een hartecho. Op echo is er bloedstroom te zien van de aorta naar de arteria pulmonalis (in een later stadium eventueel zelfs andersom). De enige echte behandeling is het sluiten van het bloedvat. Dit kan via chirurgie of via coils. Indien onbehandeld leidt dit tot linker hartfalen.

Ventrikel septum defect

Dit is een geregeld voorkomende aangeboren hartafwijking bij de kat. Hierbij is er een opening in de wand tussen de linkerkamer en rechterkamer. Kleine openingen leiden niet tot problemen. Grotere openingen zorgen er echter voor dat een deel van het bloed uit de linkerkamer naar de rechter stroomt (of later soms andersom). Dit leidt meestal tot linker hartfalen met eventueel vocht in de longen.

Ventrikel septum defect

Bij een ventrikel septum defect is er een open verbinding aanwezig tussen de linker kamer en de rechter kamer.

Atriaal septum defect

Hierbij is er een opening tussen de linker en rechter boezem. Grotere openingen leiden tot rechter hartfalen.

Atrium septum defect

Bij een atriaal spetum defect is er een open verbinding aanwezig tussen de linker boezem en de rechter. boezem.

Klepinsufficiënties en stenoses

Alle hartkleppen kunnen afwijkend aangelegd worden. Indien kleppen lekken, noemen we dit insufficiënties. Als ze vernauwen noemen we dit stenoses. Zo kunnen we insufficiënties of stenoses vinden aan:

  1. De mitraalkleppen. Dit zijn de kleppen tussen de linker boezem en kamer. Dit leidt tot linker hartfalen.
  2. De tricuspedaalkleppen. Dit zijn de kleppen tussen de rechter boezem en kamer. Dit leidt tot rechter hartfalen.
  3. De aortakleppen. Stenose is al beschreven hierboven. Insufficiëntie leidt tot linker hartfalen.
  4. De pulmonaalkleppen. Stenose is ook reeds beschreven. Insufficiëntie leidt tot rechter hartfalen.

Overige aangeboren hartafwijkingen
Combinaties van de bovenbeschreven hartafwijkingen komen ook voor. Soms zijn er nog ernstigere afwijkingen mogelijk, zoals de tetralogie van Fallot. Dit is een ernstige hartafwijking waarbij we een ernstig ventrikelseptumdefect vinden met een rijdende aorta (deze ontvangt bloed vanuit rechter en linker ventrikel) en een pulmonaalstenose. Tevens is er een verhoogde bloeddruk in de longslagader (pulmonaire hypertensie) (zie ook http://commons.wikimedia.org/wiki/File:Tetralogy_of_Fallot.svg).

De symptomen van een hartprobleem bij de kat

Hartfalen kan in verschillende categorieën verdeeld worden. Je hebt, zoals al eerder genoemd, linker hartfalen en rechter hartfalen. Daarnaast kan je ‘output’ problemen hebben. Dit zien we bij ritmestoornissen maar ook bij andere hartproblemen.

Om goed te kunnen leven en functioneren is een adequate bloeddruk nodig. Het orgaan dat het meest gevoelig is voor een lage bloeddruk (en dus te weinig zuurstof) zijn de hersenen. Daarom zien we bij hartpatiënten vaak flauwtes. Op dat moment krijgen de hersenen te weinig zuurstof en valt het dier flauw. In geval van linker hartfalen zie je ook vaak een blauwig gekleurde tong en slijmvliezen. Bij ritmestoornissen treedt dit geregeld op.

Linker hartfalen treedt het meest op bij hartproblemen. Bij katten zien we naast longoedeem (vocht in de longblaasjes) ook vaak vocht in de borstholte. Waarom dit verschil bestaat, is niet exact bekend. De oorzaak van het longoedeem is de stijging van de druk in de linker boezem en/of kamer. Zoals hierboven te lezen is, zijn er veel verschillende oorzaken mogelijk voor linker hartfalen.

Katten met longoedeem en/of vocht in de borstholte hebben de volgende symptomen:

  • Bemoeilijkte en versnelde ademhaling. Normaliter is de ademfrequentie bij de kat in rust  (dus als ze slapen! Niet als ze lopen, rennen of spelen) maximaal 30 maal per minuut. Een hogere frequentie kan wijzen op hartfalen of longproblemen.
  • Slechtere conditie.
  • Cyanotische (blauw gekleurde) slijmvliezen. Dit komt door de slechte zuurstofuitwisseling in de longen.

Rechter hartfalen komt ook af en toe voor. De oorzaken zijn divers. Een typisch verschijnsel hierbij is ascites, ofwel vocht in de buikholte. Daarnaast krijgt de linker kamer onvoldoende bloed vanuit de longcirculatie wat tot flauwtes kan leiden en een slechtere conditie.

Hoe stellen we dce diagnose van een hartprobleem bij de kat?

De diagnose kan op verschillende manieren gesteld worden:

  1. Auscultatie. Hierbij beluisteren we het hart en de longen met een stethoscoop. Arhytmien (ritmestoornissen) en hartruizen (bij lekkages) zijn te horen en soms ook vocht in de longen. De oorzaak is met een stethoscoop echter nooit met 100% zekerheid te stellen.
  2. ECG ofwel elektrocardiogram. Hierbij meten we het hartritme. Een ECG brengt de elektrische activiteit in beeld van het hart (en eventueel andere spieren of apparaten in de buurt). Het wordt tegenwoordig met name gebruikt voor ritmestoornissen of tijdens een echocardiografie.
  3. Röntgenopnames. Hiermee kunnen we vocht in de longen en/of borstholte zien en kunnen we een hartvergroting vaak beoordelen. Om het hart echter goed te kunnen onderzoeken, is een echografie informatiever.
  4. Echocardiografie. Hiermee ‘bekijken’ we het hart met een echograaf. De grootte van alle kamers is te meten. Teven is met Doppler te zien of er lekkages of vernauwingen zijn. Dit instrument is onmisbaar geworden in de veterinaire cardiologie en heeft andere onderzoeksmethodes gedeeltelijk vervangen.
  5. Bloedonderzoek. In hartspiercellen bevinden zich enzymes. Bij hartspierschade of hartproblemen kunnen deze verhoogd in het bloed terecht komen. Hierdoor kunnen we zien of er een hartprobleem aanwezig is. De oorzaak is hiermee echter niet met zekerheid vast te stellen. De meest gebruikte zijn Tropinine I en NT-Pro-BNP.

De behandeling van een hartprobleem bij de kat

Hieronder volgen de meest voorgeschreven medicatie met uitleg hoe ze werken:

Vetmedin (pimobendan)

Dit medicijn wordt het meest gegeven bij hartspierproblemen bij de hond (DCM of dilatatoire cardiomyopathie) en klepproblemen (meestal mitralisinsufficiëntie). Het wordt ook geregeld bij katten met hartproblemren ingezet maar is hier niet voor geregisteerd (dit geldt echter voor dxce meeste hartmedicatie bij katten).
Vetmedin zorgt er simpel gezegd voor dat het hart makkelijker kan werken (het verlaagt de voor- en nabelasting) en versterkt de hartspierkracht. Het dient een half uur voor de maaltijd gegeven te worden (eventueel met een klein stukje worst). Als belangrijkste bijwerking worden maag- en darmklachten gemeld.

Fortekor (benazepril)

Dit medicijn behoort tot de zogenaamde ACE-remmers. Ook dit medicijn zorgt er voor dat het hart makkelijker kan werken door verlaging van de voor- en nabelasting. Het wordt vaak samen met Vetmedin gegeven. Tevens heeft dit medicijn een langdurende werking; het spaart het hart op lange termijn. Soms kunnen katten slomer worden van Fortekor doordat het een milde bloeddrukdaling kan geven.

Furosemide

Dit is een medicijn wat vochtafdrijvend werkt. Vaak krijgen hartpatiënten vocht in de longen, buikholte of borstholte (kat). Furosemide is zeer effectief in het bestrijden van deze vochtopbouw. Bijwerkingen zijn met name een laag kaliumgehalte in het bloed en eventueel uitdroging. Indien een hartpatiënt niet meer eet of spierzwakte vertoont, kan dit het geval zijn en adviseren wij u snel contact met een dierenarts op te nemen.

Een kat die behandeld wordt met furosemide en goed onder controle is ademt in rust maximaal 30 x per minuut (liefst meten als de hond of kat slaapt). Indien dit hoger ligt wijst dit meestal op vocht in de longen en is het advies contact op te nemen met het dierenziekenhuis.

aspirine (acetylsalicylzuur) en plavix (clopidogrel)

Antistollingsmiddelen zoals aspirine (acetylsalicylzuur) en plavix (clopidogrel). Dit is omdat de kat zeer gevoelig is voor thromboembolie. Hierbij ontstaan er stolsels in het linker hartoor. Dit gebeurt als de linker boezem of atrium dilateert (uitzet). Het bloed gaat hier dan langzamer stromen waardoor er stolsels kunnen ontstaan. Zolang deze in het hartoor zitten is er niets aan de hand. Indien er echter een stolsel of een stuk hiervan in de algemene bloedsomloop terecht komt geven deze typisch verlammingsverschijnselen (meestal aan de achterpoten). Preventie hiervan kan gebeuren met deze middelen.

Atenolol

Dit wordt het meest bij katten voorgeschreven met HCM. Het wordt met name voorgeschreven indien er door verdikking van de hartspier een vernauwing ontstaat t.h.v. de aorta. Vroeger werd atenolol bij iedere kat met HCM voorgeschreven. Dit is echter achterhaald. Atenolol geven we nu nog alleen maar bij een zeer hoge flow in de aorta. Dit kan alleen met een goed echocardiografisch onderzoek vastgesteld worden.

Overige medicatie

Diltiazem (een calcium blokker) wordt voorgeschreven bij ritmestoornissen. Digoxine wordt soms voorgeschreven bij ritmestoornissen. Digoxine kan, met name bij hogere dosissen, een slechte eetlust geven en tot braken leiden. Indien dit optreedt, is het verstandig contact met het Dierenziekenhuis op te nemen.

 

s